Ik zit op de veranda van ons koloniale, houten huis, ‘thuis’ in Siem Reap. Ergens verderop in de straat klinkt Khmer-muziek. Nee, niet die smartlappen of happydiscodreun, maar de plaatselijke variant op de Gamelan die ik uit Indonesie ken. Moet toch eens vragen hoe dat hier in het Khmer heet. Er zit hier meer vaart in de melodie en meer variatie in de melodie. Toen we in Kampot waren, zijn we nog naar en school geweest waar de jeugd de traditionele dans en muziek leert. We konden bijzitten terwijl een groep kinderen uit de buurt hun instrumenten bespeelden. Zonder bladmuziek, en zonder dirigent! Het orkest kent minder instrumenten en onder de huidige omstandigheden kan ik het ook goed waarderen. Het is erg leuk om naar te kijken, Lot vond het ook leuk ondanks dat niemand de trow bespeelde. Een trow is een Cambodjaanse viool met twee snaren, ze heeft er zelf ook een mee naar huis genomen de afgelopen keer. Zou ik thuis een cd’tje opzetten, dan zou het al snel op de zenuwen werken. Maar misschien neem ik er toch een mee, leuk voor de kids om op school te laten horen bij een spreekbeurt. En wie weet, voor als Remko heimwee krijgt straks!
Terwijl wij van alle kanten berichten ontvangen over de sneeuw die in Nederland gevallen is, genieten wij optimaal van de tropische temperatuur. Je zou denken dat er hier geen duidelijk verschil in seizoenen is, maar dat is er wel degelijk. Toen wij van de zomer hier waren, gutste het zweet je om 8 uur ’s ochtends al van het lijf, en nu is juist lekker. Je moet natuurlijk niet als een bezetene over straat gaan rennen, maar het is goed te doen, zelfs midden op de dag.
Dus daar zijn we weer, in ons eigen Siem Reap. De reis waar ik zo tegenop gekeken had, moest ook echt niet veel langer duren, 8.30 vertrokken in Kampot, 5.30 hier aangekomen. Natuurlijk was het uitzicht prachtig, maar ook dat heb je op een gegeven moment wel gezien. Nou ja, wat wel leuk is, is dat je door het platteland rijdt en toch overal mensen bezig zijn met hun dingetje. Rij ik thuis 8 uur over de snelweg, dan zie je niks bijzonders. Hier heb je de rijstvelden, de mensen die druk bezig zijn met het drogen van de geoogste rijst, de straathonden die doofstom de straat oversteken met gevaar voor eigen leven, en op een marktje langs de weg (dit was het hoogtepunt van de dag!) een kraampje van drie vrouwen met gefrituurde krekels en spinnen!! We hebben er heerlijk voor staan griezelen, ook omdat een vrouw bezig was handenvol spinnen uit een zak te graaien en zo in kokend water te gooien ter voorbereiding op hun verdere avontuur in het bakvet. Laat ik zeggen dat de grootte van een spin toch al snel een handpalm is........wow! En dat dus op een grote stapel op een schaal.... En die vrouwen boeiden dat helemaal niet, maar voor ons ! Zij zaten er maar een beetje ongeingteresseerd bij terwijl wij zaten te gruwen. Het is wel echt iets wat ze alleen op het platteland eten, samen met vleermuizen, hier en daar in de regio een hond, slangen en waarschijnlijk verder alles dat je tegenkomt als je honger hebt maar nog net geen mens is! De chauffeur en zijn vrouw (ja, die had hij ook maar meegenomen voor de gezelligheid op deze lange reis! Alleen sprak ze geen woord Engels, de arme vrouw, terwijl haar man grap naar grap uit zijn mouw schudde en wij zaten te lachen om al die flauwigheden, en hij natuurlijk het hardst!
Dus tegen de avond reden we de stad binnen, wij op zoek naar punten van herkenning. Maar de stad is best groot, dus het duurde toch een tijd voor we Old Marketstreet bereikten en Matthijs verzuchtte: Ik zie de Blue Pumpkin!! De BP is een cafe met allerlei soorten verse broden annex chillcafe, DE place to be voor ons, en ons guesthouse zat daar een blok huizen vandaan verwijderd. Wat een dump! Donker,vies en de lucht die we in moesten ademen een combi van insecticide en schimmel.Omdat het al te laat was om nog te verkassen hebben we er een nacht geslapen, maar om kwart voor 9 ‘s ochtends zijn we alsnog verhuisd naar het Green Garden Guesthouse. Wat een verademing!
Ook leuk en je moet er tegen kunnen: terwijl ik hier zit te schrijven, is buiten op straat via de luidsprekers een gebedsdienst te volgen. Omdat ik er niks van versta, klinkt het lekker eentonig, maar ik zie die monnik al helemaal voor me die de dienst voorzit, in al zijn serene oranjigheid en dat is toch weer zo vertederend, dat ook dit voor mij te behappen valt. Remko en Matthijs hebben het idee opgevat om een nachtje in een klooster te overnachten en mee te doen met de meditaties etc. Ik hoop dat het gaat lukken. Matthijs’grote droom is om zo’n oranje gewaad aan te mogen trekken, zonder dat hij z’n koppie kaal hoeft te scheren, maar ik ben bang dat het hem niet gaat lukken. Jammer wel, want wat zou hij er weer schetig uitzien! (Over hoe mijn man eruit zal zien in zo’n gewaad laat ik me maar even niet uit, hahaha! Nou ja joh, vastook heel schattig!!!!)
En dat we hier in een boeddhistisch land zitten, draagt zeker bij aan het feit dat wij ons hier zo thuis voelen. Linda (Lot’s juf) vroeg waarom wij nou zo specifiek in Cambodja zitten. Tja, gisteren opweg naar hier heb ik lang en breed daarover na kunnen denken hoe ik dat het best kan verwoorden.
Het boeddhisme is een richtlijn waar Remko en ik een heel eind in mee kunnen gaan. En wij zien daar heel veel van terug in de mensen. Op dit punt moeten we even de recente historie vergeten, met die kanttekening dat Pol Pot ook voor het Boeddhisme geen plek had in zijn heilstaat, en de opmerking die ik al eerder maakte dat iedereen die zich bij het regime had aangesloten, vrijwillig of niet totaal waanzinnig was geworden.
De mensen die wij nu treffen, zijn zonder meer ontzettend aardig, altijd in voor een gesprekje en een vriendelijke glimlach. Als je al een woordje Kmer kent zoals wij, vinden ze je helemaal leuk en klets je nog wat langer. Koetjes en kalfjes, meer is het niet maar voor ons toch al veel meer dan wat we eigenlijk gewend zijn geraakt in onze gehaaste westerse samenleving? Behalve die vriendelijkheid zijn wij ook enorm gecharmeerd van een ander kenmerk dat haaks ligt op onze westere denkwijze: het denken in mogelijkheden in plaats van in beperkingen. “Kan niet”zal je hier niet snel horen. Voor elk probleem wordt een oplossing gezocht. Zoals bijvoorbeeld het punt met de fietsen van de kleintjes. In de zomer hadden zij hun eigen fietsen gekocht om mee naar het schooltje te fietsen, een eind uit het centrum vandaan. Toen wij weggingen, hebben we gevraagd of ze op de binnenplaats konden blijven staan van het guesthouse, tot we weer terug zouden komen. Geen probleem. De fietsen op slot gezet, en tot vanochtend hebben we erover nagedacht: zouden ze er nog staan of niet? Toen we aankwamen bij Baca Villa (guesthouse) werden we eerst vrolijk welkom terug geheten door de manager. “We komen de fietsen halen” zeiden we, en dat was geen punt alleen stond er maar een in plaats van twee. Blij dat Lot’s fietsje er nog stond, maar waar was die van Matthijs? “O, daar rijdt mijn broertje op”, zei hij.”Maar ik zal hem wel even bellen om te zeggen dat hij hem terug moet brengen”. Dus: sloten waren open gebroken, fietsje tijdelijk van eigenaar gewisseld, maar ze hebben er al die tijd ook geen punt van gemaakt dat wij ze daar achtergelaten hebben. De gedachte dat je een fiets die daar maar staat net zo goed zelf kan gebruiken totdat de eigenaar er weer is ook al moet je daarvoor dat verdomde fietsslot slopen, is een praktische mogelijkheid. Als thuis mijn buren ongevraagd mijn spullen gebruiken, sta ik wel even anders te kijken, maar hier is dat helemaal prima. Want het gaat in harmonie, en in alle vriendelijkheid. En pas veel later, al fietstend naar het schooltje, bedenk je pas wat een grappige gang van zaken dat is. Lot, die ook wel snapt dat het broertje die fiets goed kon gebruiken, zegt op een gegeven moment:’Mam, als we weer weggaan, geef ik die fiets aan hem. ’Joepie! Mijn eigen kind heeft er ook weer wat van opgestoken: delen wat je hebt en een ander wat gunnen. Heel “boeddhistisch”toch?’.
En zo zijn er nog veel meer voorbeelden te bedenken van het denken in mogelijkheden, bijvoorbeeld: moet je iets zwaars vervoeren maar heb je geen vrachtauto? Dan doe je dat toch gewoon opstapelen op je brommertje, of dat bamboetreintje waar ik al eerder over vertelde, dat is ook zo’n voorbeeld. Het verkeer is op zich een en al flexibiliteit. In de stad wordt niet harder gereden dan 40 km p-u, en iedereen heeft de ruimte om die richting te kiezen die hij op wil. Voorsorteren gebeurt door links van de weg te rijden, en over te steken naar de rechter weghelft als er ruimte voor is. Niemand maakt zich druk, en deze houding is voor fietsers, handkarren en automobilisten gelijk.
Vindingrijk en flexibel van geest. Het zou me niet verbazen dat die houding er ook aan bijgedragen heeft dat de mensen het verleden achter zich kunnen laten, er niet over praten en er mee te koop lopen. Iedere Cambodjaan heeft in zijn familie wel iemand die slachtoffer is geworden van het regime, dichtbij in de vorm van ouders of grootouders, of verderweg in de familie maar niemand is er los van. En toch wordt er niet over gepraat. Het leven gaat door, is de houding. Vooruit kijken, niet achterom. Ik vind dat echt bewonderenswaardig.
En zo komen we dan eindelijk aan waar we moeten zijn: Anjali-house. Het is zondag, dus er is geen les vandaag, maar zodra we het hek naderen worden we toegeroepen door Dam (weesjongen van 15 en stiekem een van mijn lievelingen): Yeah!!! Hij is blij om ons te zien, wij blij om hem te zien een knuffel is meer dan op z’n plaats. Al snel komen de anderen er ook bij, de jongens die op school wonen, en oh! Wat is het heerlijk om er weer te zijn!! Na wat how are you’s en meer van dat soort praat, duurt het niet lang voor Remko weer aan het voetballen is met z’n vriendjes en tot mijn grote plezier en verrassing rijdt niet veel later Sophal het erf op. Sophal is een meisje van een jaar of 15, een schat van een kind met een zwaar bestaan. ’s Ochtends maakt ze het huis schoon, doet de was, gaat naar haar werk (zwembaden schoon maken) en daarna gaat ze naar school. Als ik vraag hoe het met haar ouders gaat, is het moelijk voor haar, gelukkig gaat het met haar broertjes en zussen wel goed. Een van haar broers is het klooster ingegaan om monnik te worden, een keuze die vaak gemaakt wordt uit armoede. Ze is zo hartverwarmend blij om ons te zien, ik zie haar traantjes en ik voel meteen de mijne. Dit kind verdient zo veel beter.
We kletsen wat, totdat ze weer verder moet met haar werk, want zondag is voor haar geen vrije dag.Tot mijn grote schrik verteld ze me dat haar vriendin Chea niet meer naar Anjali komt. Ze mag niet meer van haar moeder. Ze verteld het niet met zoveel woorden, maar waarschijnlijk komt in dat gezin ook te weinig geld in het laatje, en werkt ze nu in een restaurant. Met amper vijftien jaar. Terwijl ik zo veel plannen had voor haar als schoonheidsspecialiste of zo. Het is zo’n mooie meid, die had nog veel langer van haar jeugd moeten kunnen genieten. Zo lijkt alles mij weer tevergeefs geweest, en vervalt ze toch nog in een leven vol armoede van de onderste klasse.
Ik heb gelukkig niet veel tijd om er te lang bij stil te staan, anders wordt ik weer intens verdrietig. De jongens van het schooltje, allemaal ook lid van het Anjali voetbalteam, hebben te horen gekregen dat wij nieuwe tenues voor ze meegenomen hebben in de kleuren van onze plaatselijke voetbalclub. Ze vinden het helemaal geweldig, kunnen bij wijze van spreken niet wachten om het te zien. Ik ben benieuwd: morgenmiddag brengen we de spullen mee naar het schooltje, en ik hoop dat ze er dan blij mee zijn. ’s Middags zijn alle kinderen er om eerst te eten, en daarna lessen te volgen. Volgens de jongens zijn er maar twee vrijwillige teachers op het moment. We zullen zien of we mee kunnen gaan draaien tijdens de lessen ,nu we er toch zijn. Woesdag gaan we voor drie dagen naar Battambang, en zijn we op tijd weer terug.Want voor de avond van 25 december staat een afspraak gepland: dan vieren we met zijn allen kerstfeest!