zaterdag 1 augustus 2009

En dan eindelijk....Cambodja!




Op de luchthaven van Bangkok konden we regelen dat we met een vlucht eerder mee konden naar Siem Reap. Dat was wel zo leuk, want nu vlogen we rond 17.30 over het Cambodjaanse landschap en zou het nog even duren voor de zon zou zakken. We zagen een land dat erg groen is en omdat het regentijd is, rivieren die buiten hun oevers waren getreden zodat er overal water is.
We landden op een luchthaven met één landingsbaan, en wat meteen opvalt is de rust. Van het vliegtuigje, een ATR proppellor vliegtuig, lopen we zo naar het ´terminalgebouw´, waar we meteen begroet worden door een hoop bureaucratisch gedoe: formulieren voor gezondheidsverklaring, visa aanvraag (2x) dus elke keer weer dezelfde gegevens invullen. Ook hier moeten we door de thermoscan, en gelukkig mogen we doorlopen naar de paspoortcontrole.
Buiten aangkomen staat ons vervoer naar het hotel op ons te wachten: twee tuktuks, en dat is wel weer lachen want niet alleen wij moeten erin, maar ook onze 6 koffers en rugzakken. Wonderwel gaat het goed, en kunnen we tijdens dit tochtje genieten van onze eerste kennismaking met Cambodja.
Wat meteen opvalt is de rust. Nou is dat niet vreemd als je net uit Bangkok komt, een stad met 12 miljoen inwoners! Je kunt hier weer gewoon ademen, de lucht is schoon! Er rijdt zeker wel verkeer, maar het tempo is zo relaxed, dat je zelf ook direct onthaast. En wat je ook meteen ziet is dat de mensen hier heel mooi zijn, een ander ras en veel minder 'chinees' dan in Thailand.
In de schemer van de avond zien we de mensen een beetje rondhangen op fietsjes en brommers. Onderweg zien we links en rechts grote hotels, dus het toerisme heeft hier zeker zijn intrede gedaan. Door het tempelcomplex Angkor Wat, Unesco erfgoed, is dit het meest bezochte stukje Cambodja en daarmee ook het meest ontwikkeld. Want voor wie denkt dat we in the middle of nowhere terecht gekomen zijn: ondanks de rustige sfeer opweg naar het hotel, is dit de tweede stad van het land na Phnom Penh de hoofdstad, en heeft dus een centrum functie voor het uitgestrekte platteland. Het centrum is levendig, en 's avonds zelfs druk te noemen. Een keur aan internationale restaurants wordt bevolkt door toeristen van heinde en verre: veel Japanners en Koreanen, veel Europese backpackers en wij daar tussenin. We eten in tentje met Khmer en Italiaanse gerechten. Kids doen zich tegoed aan een pizza, ik neem een Amok tofu, plaatselijke curry geserveerd in een bananeblad. Het smaakt prima, minder heet dan de curries in Thailand maar wel goed gekruid.
We bezoeken de Noon-nightmarket, veel kraampjes met prulledingetjes die we in Bangkok ook al gezien hebben. Is ook niet vreemd, bijna alles wordt uit het buurland geimporteerd. Prijzen zijn min of meer vergelijkbaar, hier wordt officieel met Cambodjaanse Riel betaald, mar in de praktijk blijkt alles in US dollars te gaan. Zelfs de flappetapper geeft dollars in plaats van Riel! Gelukkig is de koers gunstig ten opzichte van de Euro. We hebben al wat leuke t-shirts gezien om als souvenir mee te nemen. Bij een standje van de plaatselijke gehandicapten-werkplaats kan ik het niet over mijn hart verkrijgen om weg te lopen zonder iets te kopen. De verkoper, Poy, mist het onderste gedeelte van zijn linkerarm en ook zijn rechteroog is beschadigd. Ik durf er niet naar te vragen, maar waarschijnlijk is ook hij ooit eens op een van de landmijnen gestapt die nog met duizenden in de bodem liggen, neergeleg door de Rode Khmer. Het is een hele aardige jongen, verteld geduldig uit over de producten die in de werkplaats gemaakt worden zoals tassen van gebruikte rijstzakken, naaiwerk en gevlochten armbandjes, houtsnijwerk en snuisterijtjes. Hij leert ons ook onze eerste twee Khmer-woorden en geeft ons ter afscheid zijn emailadres. Wie weet waar het nog goed voor is. Misschien kunnen we wat van de spullen verkopen in Nederland. Zelf heb ik een leuke tas gekocht, zoals gezegd kon ik niet gaan zonder iets te kopen. We zien veel bedelaars met ontbrekende ledematen. Moet mijzelf verder deze twee weken in bedwang zien te houden! Ik maak het voor mijzelf goed met de gedachte dat ik hier als vrijwilliger een bijdrage kom leveren, en niet als toerist hier ben gekomen.
Volgend weekend gaan we naar een voorstelling van en Zwitserse dokter, Beat Richner, die hier en ziekenhuis heeft opgezet voor slachtoffers van de landmijnen. Voor de hele Aziatische regio is dit ziekenhuis een trainingcentrum voor het maken van protheses. Omdat de dokter ook vervent cellist en amateur componist is, geeft hij elke zaterdagavond een voorstelling. Hij woont hier al een jaar of 20.Ben reuze benieuwd.
's Avonds lig ik in een kale hotelkamer samen met Matthijs op een matras met een en plastic beschermhoes: jeetje wat is dat oncomfortabel! Ik durf nauwelijks te bewegen, maar val toch in slaap. Tot zover de eerste kennismaking met Siem Reap,Cambodja.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten