Voor de verandering reden we eens vroeg in de ochtend (voor achten) door de kampong naar het huis van Preuk, voor de herdenking van zijn pleegvader. Wij dachten dat we vroegertjes waren, niks van waar. Preuk's moeder, haar moeder, buren, kinderen van Anjali en een heel batterij aan nonnen waren al aanwezig om de bijeenkomst vorm te geven. De nonnen, om de giften van de bezoekers in ontvangst te nemen namens de familie (gebruikelijk na overlijden om wat geld te doneren, zoals ook overigens bij trouwerijen)en dit bedrag met naam en toenaam te noteren in een schriftje. Ook spreken zij een zegen uit over je, op moment dat je doneert. Wat dat precies inhoudt, daar moet je op dat moment maar goed vertrouwen in hebben. In ieder geval werden we met veel vriendelijkheid toegelachen, geaaid en gevraagd om bij hen binnen te zitten, dus dat zat wel snor met de nonnen.Trouwens, het zijn een stel pittige tantetjes, niet van die lijdzame wezens die je bij het woord 'non'misschien voor je ziet, deze zijn heel actief, kletsen de hele tijd door en hebben een druk sociaal leven.
Dus terwijl de nonnen binnen zitten in de eenkamerwoning van Preuk's familie, is de rest buiten bezig met het bereiden van de maaltijd. Jawe, we zijn in Azie: alles draait om eten!
Het bereiden van de maaltijd is geweldig om te zien, vooral als vegetarier. Het vlees ligt in de zon te wachten tot er wat mee gedaan wordt, in de tussentijd vieren de vliegen hun eigen feestje op bovenop.Het schijnt niemand iets te boeien. Vis wordt gebakken op een vuurtje van plastic en hout, lekker goed laten aanbranden, niemand maakt zich hier druk om verkoolde stukjes vis.Wat een zegen dat we daar niet van hoeven te eten!! In megagrote pannen wordt soep gemaakt, hele schalen groentes worden gesneden en er is rijst zoveel je maar kan bedenken.
Alle gasten helpen een handje, dus Lot helpt met het scheuren van de groentebladeren en haar vriendinnetje snijdt de komkommers. Ik doe ook maar wat met de groentes, Rem draait nog maar's een visje om op de bbq. Heel gezellig allemaal, en gewoon op straat waar voorbijgangers op hun brommertje of fietsje tussendoor slingeren. Moeder van Preuk rijdt om de haverklap naar de markt om spulen bij te halen, want blijkbaar is er telkens een dreigend tekort aan ingredienten voor de maaltijd.
Ergens tussen alle drukte door is er ook nog tijd om de oude leraar te begroeten. Zijn portret staat midden in de kamer, fruit en eten in schalen staan er omheen en natuurlijk wierrook stokjes die wij ook aansteken en in de pot bijzetten. (De volgende dag vertelt Preuk dat hij zijn buikje lekker vol en rond heeft gegeten aan de fruitoffers van zijn pleegvader)
Dan, rond een uur of tien komen de monniken.Er moet plaatsgemaakt worden in het huisje, want zij blijven natuurlijk niet binnen zitten. En als zij er zijn, is dat het startsein om te eten. Eerst zij, dan de rest. En in de tussentijd worden hun rantangs(?) gevuld met eten om mee te nemen naar huis. Pas als zij gegeten hebben, is de rest aan de beurt. Zij komen de bijeenkomst luister bijzetten met gebeden, en dan is om een uur of twaalf de ceremonie voorbij.